Normandië 2026

Die collectieve hap adem die we allemaal nemen voordat we ons volkslied inzetten, dat vat deze reis samen. Het is één van mijn lievelingsmomenten in een ceremonie. De armen van de kapitein die omhooggaan, de kleine draai zodat we hem allemaal goed kunnen zien en dan die teug adem die het begin markeert. Dat geluid wat je dan hoort, is voor mij het geluid van hoe wij ons verbinden aan iets wat groter is dan wijzelf. De afgelopen dagen waren wij, een delegatie van de FKNR, te vinden in Normandië.

4 juni – vertrek

De reis begint op donderdag. Om 7 uur ’s ochtends verzamelen we bij onze thuisbasis, gebouw EL op de Bernhardkazerne. Bepakt en bezakt natuurlijk, want dat instrumentarium neemt de nodige ruimte in, maar alles past in de bus en zo gaan we op weg. Na een voorspoedige reis komen we aan in ons hotel in Caen. Onze chauffeur weet nog wel een plekje waar we konden eten en zo start onze trip met een gezamenlijk diner. We schuiven samen aan de lange tafels die voor ons klaarstaan, er verschijnen flessen en we klinken op de trip die voor ons ligt.

5 juni – Bréville & Arromanches
De volgende ochtend vertrekken we naar Bréville. Het herdenkingsteken van Bréville staat naar Nederlandse begrippen een tikje in de middle of nowhere. Op een onverharde weg stopt onze bus. We laden uit en stellen op. Hier komen we voor het eerst deze trip onze collega’s van het Garderegiment Prinses Irene tegen. Als de paradecommandant rapport heeft afgenomen en we allemaal precies tegelijk de houding schieten op zijn ‘geeft acht’, bewegen alleen onze ademhaling en onze hartslag.

Omdat we tussen de verschillende diensten wat tijd hebben, maken we een tussenstop bij de Normandy American Cemetery. Een ontzettend imposante plaats, waar bijna 10.000 Amerikaanse militairen begraven liggen. Bij elk graf wapperen twee vlaggetjes: een Amerikaanse en een Franse. Het geheel doet bijna geometrisch aan. Perfecte lijnen witte kruizen op perfect gemaaid groen gras. Ondanks dat de plek natuurlijk drukbezocht is, zeker in deze tijd van het jaar, is het er vrij stil. Met collega’s wandelen we de begraafplaats rond, een ruime twee kilometer. Een plek als deze doet ons nog meer beseffen welke geschiedenis Normandië heeft en wat een offers hier gebracht zijn. Het maakt de woorden die we de volgende dag tijdens de herdenking in Arromanches zullen horen nog betekenisvoller: voor hen die vielen, voor hen die dienden en voor hen die na ons komen.

Na de tussenstop reizen we verder naar Arromanches. We marcheren het strand op en daar staan we, op het nog natte zand met het geluid van de branding op de achtergrond. Dit strand is een vertrouwde plek voor ons: al jaren zorgen we hier voor de muzikale begeleiding van de verschillende activiteiten van het Garderegiment Prinses Irene. Vanavond staat de koorduitreiking op het programma. De fusiliers van dit regiment hebben de eer om het invasiekoord te dragen. Dit oranje-blauw koord wordt al sinds 1945 gedragen, als blijvende herinnering aan de deelname van de brigade bij de bevrijding van West-Europa. De koorden worden uitgereikt door militairen en veteranen die het Draaginsigne Gewonden dragen, de Nederlandse tegenhanger van het Purple Heart. Na de uitreiking wordt er een glaasje calvados gedronken, op het regiment. Ook wij krijgen een glaasje: met in de ene hand ons instrument en in de andere hand het kleine, plastic glaasje, proosten we op het regiment. Met het brandende gevoel nog in onze keel spelen we het Wilhelmus.

6 juni – Arromanches & Lagrune-sur-Mer

Na een goede nacht slaap zijn we klaar voor de herdenking in Arromanches. We lopen het plein voor het imposante D-Day Museum op, achter onze tamboers aan. Op het grote square stellen we ons op, met tegenover ons de fusiliers en daarachter de zee. Elk koraal wat we spelen krijgt meer betekenis door de geschiedenis van deze plek. Toen we hier twee jaar geleden speelden, was veteraan Max Wolff er nog bij, maar dit jaar is er geen enkele Nederlandse WOII-veteraan meer in leven. Wanneer je dan op dat grote plein staat, bij die zee waar de bevrijding werd ingezet, krijgt dat feit zo veel meer gewicht.

’s Middags spelen we in Lagrune-sur-Mer. De herdenking daar is zwaar beveiligd en niet zonder reden: onder meer de Franse premier Sébastien Lecornu en de Britse minister van Defensie John Healy zijn aanwezig. Het square staat vol met allerlei internationale eenheden, waaronder Britten, Amerikanen, Noren, Canadezen en Duitsers. Onze inzet is bescheiden: we spelen een mars en het voor ons zo betekenisvolle Band of Brothers.

7 juni – Pont Audemer

We sluiten de trip af in de idyllische tuin die de gemeente Pont Audemer vernoemd heeft naar de Prinses Irene Brigade. We staan opgesteld onder hoge bomen, met tegenover ons wederom de fusiliers. De herdenking is intiem en warm. Na de toespraken volgen de kransleggingen. Zelfs de bloemen in de kransen waren symbolisch; anjers als waardering voor veteranen en een krans vol oranje bloemen als verbinding met Nederland. Na een wederom fenomenaal signaal taptoe van onze korporaal Tegelaers en het spelen van de volksliederen, is het tijd om de warme band én de vrijheid te vieren. We spelen de Irene Mars, we proosten op het regiment en als de receptie begint, is er zelfs ruimte voor een muzikaal intermezzo in de vorm van onze aller geliefde Jan Klaassen. Er zijn woorden van waardering door kapitein Dame, de burgemeester nodigt ons uit voor een glaasje en we hebben in het zonnetje nog even de gelegenheid om onze collega’s van de Irene Brigade te ontmoeten.

Jaar na jaar staan we in Normandië om te herdenken en te vieren. Met het zand op onze kisten, de geur van de zee nog in onze neus en een hoofd vol herinneringen rijden we terug naar Nederland.