Een groen pak en een trommel om je nek

Het is zaterdagmiddag 5 september en we zitten in de bibliotheek van gebouw EL. Door de ramen valt zonlicht en zie ik de grote bomen die om het gebouw heen staan. Vanmiddag ga ik hier in gesprek met Geo; een man die bij de FKNR van alles is geweest: tamboer, tamboerinstructeur, slagwerker, pianist, combo-muzikant en GPC van de Bravo-groep. We praten over zijn ruim twintig jaar bij de FKNR, over de mensen die daarin een belangrijke rol speelden en over de nieuwe stap die Geo gaat zetten.

Geo is naar eigen zeggen als tamboer geboren. “Ik heb alleen maar kinderfoto’s met trommels,” vertelt hij. Het bleef niet bij trommelen. “Vanaf mijn zesde kreeg ik orgel-les en vanaf mijn tiende deed ik kerkdiensten, want ze hadden een organist nodig. Daar heb ik geleerd dat het niet belangrijk is wat er staat, maar dat het vooral belangrijk is dat mensen goed kunnen zingen. Dat is bij het combo ook zo: je hoeft niet te spelen wat er staat, je moet gewoon zorgen dat mensen een leuke tijd hebben.” 

Een muzikale duizendpoot

Via zijn oom kwam Geo in 2006 bij de FKNR terecht. De aanleiding was een vacature voor pianist in het combo. Geo begon als pianist, maar zijn eerste reis met de FKNR, een concertreis naar Rusland, maakte hij in een heel andere rol: niet op slagwerk en ook niet als pianist, maar als trombonist. “Ik zat net bij het orkest en er kon een trombonist onverwacht niet mee. Ze vroegen of ik voorop kon lopen. We hadden in die tijd nog geen tamboers, dus daar liep ik dan voorop met een trombone.” Speelt deze muzikale duizendpoot dan ook trombone? Nee. “Ik heb de hele streetparade geplaybackt.” 

Die eerste reis bleek een voorbode van hoe veelzijdig hij zou worden. “Er was 15 jaar geen militaire pianist bij de landmachtorkesten, dus ik deed veel pianodiensten voor de militaire muziek. Ik werkte jaren voltijd: het orkest, het combo, de opbouwploeg, piano-diensten, koperensemble en veel invallen..” Als slagwerker kwam hij bij alle landmachtorkesten over de vloer. Bij het KPU had hij daardoor voor verschillende regimenten zijn eigen nummer voor het ceremonieel tenue. Een detail, maar het zegt veel over op hoeveel verschillende plekken Geo in die jaren heeft gestaan. 

Gruwelijk graag marsen

Het liefste loopt Geo op straat, in een show of bij een dienst. “We zijn een militair orkest. Daarbij hoort marsmuziek op een goede manier en op het goede tempo. Ik speel gruwelijk graag marsen.” Het liefst doet hij dat geflankeerd door Robin en Richard. Hij is trots op wat ze neerzetten. “We dwingen een stabiel tempo af: iedereen past zich aan. Dan weet je dat je het goed doet.” Niet alleen muzikaal betekenen deze mannen veel voor Geo. “Robin is mijn geweten, mijn back-up, mijn spiegel. Zo vaak wij elkaar opgevangen hebben… Dat niemand merkte dat er iets misging. We zijn echt jut en jul.” Samenwerken en kameraadschap lopen als een rode draad door Geo’s verhaal. “Doe iets voor een ander, dan doet een ander dat ook voor jou en zo doe je het uiteindelijk met z’n allen.”

“Je doet het met z’n allen, iedereen schouders eronder en dan is het werk zo gebeurd.”

Hard lachen, zin om te werken

Diezelfde instelling neemt hij mee in zijn werk als GPC. Al jaren staat hij aan het roer van ‘zijn’ Bravo-groep. Een hechte groep, die Geo zelf typeert als ‘hard lachen, zin om te werken’. Wat hij zo mooi vindt aan leidinggeven? “Je doet het met z’n allen, iedereen schouders eronder en dan is het werk zo gebeurd. De groep is gegroeid in de jaren dat ik erin zit.” Hij heeft vertrouwen in ‘zijn’ mensen. “Ze kunnen eigenlijk allemaal de groep wel overnemen, vooral het praktische werk. Er is bij de FKNR meer dan genoeg ervaring op de vloer, dus dat komt wel goed.”

Maar vertrouwen in zijn mensen betekent niet dat Geo zelf genoegen neemt met minder. Voor hem is het belangrijk om honderd procent te geven. “Ik heb altijd een tien gehaald met leidinggeven en ik maakte weinig fouten. Met mijn andere werk heb ik het heel druk, waardoor ik hier als leidinggevende van de Bravo-groep op dit moment een zeven scoor.” En een zeven, daar neemt Geo geen genoegen mee. Daarom legt hij zijn werk bij de FKNR neer.

Een andere deur

Dat andere werk, waar hij het zo druk mee heeft, is zijn functie bij Design & Build van het MatlogCo, het Materieellogistiek Commando. Ook daar gaat hij vooral voor de mensen. “De jongens gaan me aan het hart. Dat is wat ik graag doe; mensen helpen om te groeien.”

En juist nu ziet Geo bij het MatlogCo mogelijkheden om iets bij te dragen. “Ik weet op de juiste plek aan te geven dat er een probleem is en dat ik de richting weet voor de oplossing. Er is dreiging in de wereld en ik kan daar iets aan doen. De juiste mensen staan achter me, er is ruimte en geld beschikbaar en ik wil gebruik maken van het momentum. Ik wil daar nu heen en ik heb daar iets te brengen.”

Voordat Geo de militaire muziek in rolde, had hij een verleden als constructeur machinebouw. Tijdens corona, toen er weinig muzikaal te doen was, kwam de techniek weer naar de voorgrond. Hij begon bij het MatlogCo met administratief werk, maar al snel kwam er een plek vrij als hoofd van de laswerkplaats. “Omdat ze wisten dat ik binnen de muziek al leidinggaf, omdat ik een technische achtergrond heb en een rustig persoon ben, kozen ze mij.”

Inmiddels is hij helemaal op zijn plek bij het MatlogCo. “Ik heb nu de constructiewerkplaats onder me en vanaf 1 januari word ik hoofd productie. Ik ben verantwoordelijk voor de output van alle werkplaatsen van Design & Build, ik mag dan dus zorgen dat 70 vakmensen lekker kunnen werken en op tijd hebben gebouwd wat er is afgesproken. Er gebeurt veel in de wereld, dus het is belangrijk dat we snel kunnen leveren. Het is echt te gek wat we allemaal kunnen maken, supermooi.”

“Mijn ja is ja en mijn nee is nee. Voor de rest hoeven ze mij niet te herinneren, ik heb gewoon een hele leuke tijd gehad.”

Machtig mooie herinneringen 

Terugkijken doet Geo zonder veel omhaal. “Ik heb alles meerdere keren gedaan. Het zijn ontzettend veel machtig mooie herinneringen en er komen er altijd nieuwe bij, maar het is na twintig jaar wel ongeveer hetzelfde. Ik ben uitgespeeld.”

Hij vertelt zoals ik hem heb leren kennen: duidelijk, kalm en betrouwbaar. “Mijn ja is ja en mijn nee is nee. Voor de rest hoeven ze mij niet te herinneren, ik heb gewoon een hele leuke tijd gehad.” Waar hij het meest trots op is? Hij hoeft er niet lang over na te denken. “Dat ik mijn droom verwezenlijkt heb. Een groen pak en een trommel om je nek.”